Draadloos afdrukcentrum

Aanbevelingen voor gebruik van draadloze netwerken

Ik heb een nieuwe router. Wat moet ik doen?

Draadloze router

Bij het kiezen van een locatie voor uw draadloze router, voorkomen dat de communicatie tussen de draadloze router en de draadloze apparaten in het netwerk nadelig wordt beïnvloed door te grote afstanden, muren, vloeren, plafonds, andere draadloze apparaten (zoals draadloze telefoons), en grote apparatuur.

U moet uw nieuwe draadloze router instellen. De router wordt meestal geleverd met instructies of een software-cd die u helpt me het installeren. Dit is de makkelijkste manier om uw router te configureren. Als u problemen heeft of niet over een cd beschikt, raadpleeg dan de website van de fabrikant van de router.

Configuratie aanbevelingen:

  • Verander de standaard netwerknaam (SSID) van de fabrikant in een andere unieke naam.
  • Wijzig de standaard login en het wachtwoord van het beheerdersaccount van uw router in unieke namen.
  • De uitgezonden SSID op "aan" of "inschakelen" zetten (meestal de standaardinstelling).
  • Gebruik WPA of WPA2 voor beveiliging.

De volgende beveiligingsmethoden worden niet aanbevolen voor het beveiligen van uw netwerk, omdat ze gemakkelijk kunnen worden gebroken:

  • MAC-adresfiltering
  • SSID uitzending uitschakelen
  • WEP-sleutel encryptie. Als u WEP moet gebruiken, de "Open"-modus is veiliger dan de "Gedeelde" (Shared)-modus.

Selecteer AES (Advanced Encryption Standard) voor het type encryptie. AES is de nieuwste en meest veilige manier voor het versleutelen van gegevens op uw draadloze netwerk. Creëer een WPA-wachtwoord van minstens 13 tekens. Gebruik cijfers, letters, hoofdletters en kleine letters en leestekens om goede netwerkbeveiliging te garanderen.

Zorg ervoor de draadloze instellingen te noteren, want u zult deze informatie nodig hebben wanneer u draadloze apparaten toevoegt aan uw draadloze netwerk, zoals een draadloze HP-printer.

Wanneer u klaar bent met het configureren van uw router, niet vergeten op "Toepassen" (Apply) of "OK" te drukken om de instellingen die u hebt gemaakt of gewijzigd toe te passen. U moet elk draadloos apparaat configureren met de configuratie-informatie die aansluiting op uw netwerk mogelijk maakt.

Wanneer u uw draadloze router de eerste keer aansluit op uw DSL of kabel modem, ervoor zorgen dat zowel de router en voedingskabel van het modem zijn losgekoppeld. Nadat uw draadloze router is aangesloten op het modem, de voeding van het modem aansluiten en een paar minuten wachten. Vervolgens de voedingskabel van uw draadloze router aansluiten.

Wat is een "Gastnetwerk"?

Sommige routers bieden een functie die bekend staat als een "Gast" (Guest)-netwerk. Een Gastnetwerk biedt doorgaans internettoegang tot aangesloten apparaten zonder verbinding te maken met het hoofdnet. Apparaten aangesloten op een gastnetwerk kunnen meestal niet communiceren met apparaten die zijn aangesloten op het hoofdnet, of met andere apparaten op het gastnetwerk. Deze apparaten worden beschouwd geïsoleerd.

De HP-printer of een computer waarmee u afdruktaken wilt versturen nooit op het Gastnetwerk aansluiten. Zelfs als de computer en printer beide op het Gastnetwerk zijn aangesloten, zult u niet in staat zijn om af te drukken.

Om communicatie- en connectiviteitproblemen te voorkomen, ervoor zorgen dat het Gastnetwerk een andere naam heeft dan het hoofdnetwerk. Bijvoorbeeld, het Hoofdnetwerk kan "Mijnnetwerk" worden genoemd en het gastnetwerk kan "Mijnnetwerk-Gast" worden genoemd.

Hoe zit het met dual band routers?

Dual band routers bieden zowel 2,4 GHz en 5.0GHZ frequenties.HP-printers kunnen alleen op de 2,4 GHz frequentieband en 20 MHz bandbreedte worden aangesloten. Veel dual band routers maken het mogelijk apparaten aangesloten op de 2,4 GHz-band te laten communiceren met apparaten die op de 5,0 GHz-band zijn aangesloten. Maar niet alle routers ondersteunen deze functie.

Voor het beheer van verschillende frequentiebanden, en welke apparaten op welke frequentieband wordt aangesloten, moet een unieke SSID (netwerknaam) aan elke frequentieband worden toegewezen. Bijvoorbeeld, geef de 2,4 GHz-frequentieband de naam "Mijnnetwerk" en de 5,0 GHz frequentieband de naam "Mijnnetwerk-5G".

Problemen met communicatie en connectiviteit kunnen optreden wanneer de printer is aangesloten op de 2,4 GHz-band en de computer is aangesloten op de 5 GHz-band. Probeer de computer aan te sluiten op de 2,4 GHz-band.

Wat is een draadloze range extender?

Sommige netwerken gebruiken meer dan één toegangspunt, zoals een range extender, om het bereik van het draadloze signaal te vergroten.

Het wordt aanbevolen om elk toegangspunt een netwerknaam (SSID) te geven dat verschilt van uw hoofdnetwerk. Dit maakt het makkelijker om te bepalen op welk toegangspunt u bent aangesloten, en kunnen problemen met de verbinding worden voorkomen.

Draadloze range extenders kunnen communicatieproblemen tussen een printer en een computer veroorzaken. Als u problemen heeft met het afdrukken, de computer en de printer op het hoofdnetwerk aansluiten en niet op een range extender.

Publieke hotspots

Publieke hotspots en netwerken lijken op "gast"-netwerken en bieden aangesloten apparaten toegang tot het internet, maar niet tot andere aangesloten apparaten. Dus een printer aangesloten op een publiek netwerk wordt geïsoleerd van andere computers en kan niet door dergelijke apparaten worden gebruikt.

Wat moet ik doen bij problemen ?

Mogelijke problemen bij het aansluiten van draadloze printers

  • Ik kan geen verbinding maken met het netwerk m.b.v. de Wireless Setup Wizard.
  • Tijdens installatie van de printersoftware en driver kan ik geen verbinding maken met het netwerk via USB Setup van Wireless of HP Auto Wireless Connect®.
  • De printersoftware kan het netwerk waarop de printer is aangesloten niet vinden.
  • Mobiele apparaten, zoals smartphones of tablets, kunnen de draadloze printer niet vinden.
  • De printer verliest de verbinding met het netwerk.
  • Een Draadloos Netwerk Testrapport (Wireless Network Test Report) toont een netwerkfout.
  • Het blauwe lampje voor draadloze communicatie op de printer blijft knipperen na pogingen om verbinden met het netwerk te maken.
  • Wi-Fi Protected Setup (WPS) pushbutton of pin-methode werkt niet.

De tips en onderstaande suggesties zijn algemeen en moeten worden aangevuld met specifieke informatie op basis van uw specifieke router. Voor specifieke stappen over hoe u uw router configureert, contact opnemen met de fabrikant van de router. Mogelijk moet u meer dan een van deze taken uitvoeren om de printer goed te laten werken.

De HP Print en Scan Doctor installeren en uitvoeren (alleen Windows)

De HP Print en Scan Doctor is een gratis geautomatiseerde tool voor Windows die helpt bij het oplossen van problemen bij het afdrukken via het netwerk. U kunt de tool downloaden op: HP Print en Scan Doctor. Deze tool is niet compatibel met Mac of Windows RT of andere mobiele besturingssystemen.

De router, printer, en de computer opnieuw starten

Problemen met netwerkcommunicatie of connectiviteit kunnen optreden als de router, printer of computer in een foutmelding staat. Het herstarten van deze apparaten kan het probleem mogelijk oplossen.

  1. Het netsnoer van de router loskoppelen.
  2. De printer en de computer uitschakelen.
  3. Wacht 30 seconden.
  4. Het netsnoer van de router weer aansluiten.
  5. Uw printer en computer inschakelen.

Controleer de sterkte van het draadloze signaal tussen de router en de printer

Een zwak draadloos signaal tussen de router en de printer is onbetrouwbaar en kan problemen veroorzaken met het installeren van de software en met de draadloze communicatie. Het kan de printer ook gevoeliger maken voor storingen van andere netwerken in de omgeving en van andere apparatuur, zoals magnetrons. Volg deze stappen om de signaalsterkte te controleren.

  1. Een Draadloos Netwerk Testrapport afdrukken vanaf het bedieningspaneel van de printer. Als u niet zeker weet hoe u het rapport moet afdrukken, raadpleeg dan de gebruikershandleiding van de printer of zoek op de HP Support website.
  2. Als de signaalsterkte getoond in het rapport Erg zwak of Zwak is, de printer dichter bij de router plaatsen totdat u tenminste een Goed signaal krijgt. Een Erg goed of Uitstekend signaal wordt aanbevolen.

Opmerking: De printer te dicht bij de router plaatsen kan ook leiden tot problemen met de verbinding. Plaats uw printer niet binnen 1,8 meter van de router.

Controleer het kanaal dat wordt gebruikt door de router

Als de router een druk kanaal gebruikt, of gebruik maakt van een kanaal met interferentie van andere nabijgelegen netwerken, kunnen problemen met draadloze communicatie optreden. Volg deze stappen om het huidige verkeer op het kanaal van de printer te controleren. Verander het kanaal indien nodig. Als de kanaalkeuze van routers op 'Auto' is ingesteld, kan ook een verlies van communicatie met de printer optreden omdat de router automatisch tussen verschillende netwerkkanalen schakelt. Het wordt aanbevolen uw netwerkkanaal niet met 'Auto' te configureren, maar een specifiek kanaal aan te wijzen. Bij twijfel is kanaal 11 meestal een goede keuze.

Opmerking: Voordat u instellingen van een router wijzigt, de handleiding van de router raadplegen of contact opnemen met de fabrikant. Daarnaast moet u na het wijzingen van instellingen wellicht andere apparaten aangesloten op het netwerk opnieuw configureren en/of herstarten.

Stap één: Zoek het huidige kanaal dat uw netwerk gebruikt

  1. Een Draadloos Netwerk Testrapport afdrukken vanaf het bedieningspaneel van de printer. Als u niet zeker weet hoe u het rapport moet afdrukken, raadpleeg dan de gebruikershandleiding van de printer of zoek op de HP Support website.
  2. Bekijk het rapport voor eventuele diagnostische meldingen die zouden kunnen wijzen dat een fout is opgetreden.
  3. Zoek in Diagnostische resultaten, naar Instellingen, en zoek het nummer naar het Kanaal. Dit is het kanaal dat door uw netwerk wordt gebruikt.

Stap twee: Zoek de kanalen die andere netwerken in de omgeving gebruiken

  1. Een Netwerk Configuratie-pagina afdrukken vanaf het bedieningspaneel van de printer. Als u niet zeker weet hoe u het rapport moet afdrukken, raadpleeg dan de gebruikershandleiding van uw printer of ga naar de HP Support website.
  2. Ga naar de laatste pagina om de nabijgelegen netwerken en de kanalen die ze gebruiken te vinden.
  3. Bepaal het kanaal dat uw netwerk gebruikt, en of andere getoonde netwerken op hetzelfde kanaal zijn.

    Als veel netwerken worden vermeld op de pagina, kunnen sommige hetzelfde kanaal gebruiken als uw printer en verbindingsproblemen veroorzaken. Als er netwerken zijn die een kanaal in de buurt van u gebruiken (binnen 5 kanalen), overweeg dan uw netwerk naar een kanaal zo ver mogelijk van de dichtstbijzijnde te verplaatsen.

Stap drie: Wijzig het router-kanaal

  1. Zorg ervoor dat uw computer is aangesloten op het netwerk en open een web browser zoals Internet Explorer.
  2. Zoek naar het IP-adres van de router. Voorbeelden van router IP-adressen zijn 192.168.0.1 of 192.168.1.1. Echter, uw router kan een ander IP-adres hebben. Als u niet weet wat het IP-adres van de router is, raadpleeg de handleiding van de router of neem contact op met de fabrikant.
  3. Het IP-adres van de router in de adresbalk van de browser invoeren en op Enter drukken. De pagina met router-instellingen/configuratie wordt geopend.
  4. De Gebruikersnaam en het Wachtwoord van de router invoeren als daar om wordt gevraagd.

    Opmerking: Veel routers gebruiken admin als standaard gebruikersnaam en wachtwoord. Als admin niet werkt, de handleiding van de router raadplegen of contact opnemen met de fabrikant.

  5. Ga naar de sectie Draadloze instellingen op de configuratiepagina van de router.
  6. Op de Netwerkconfiguratie die u in de vorige stap afdrukte, zoekt u naar de kanalen (1, 6 of 11) met de minste hoeveelheid verkeer. Dit kanaal moet vijf kanalen verwijderd zijn van het dichtstbijzijnde kanaal. Als u twijfelt, gebruikt u kanaal 11.
  7. Het nieuwe router-kanaal invoeren en klik vervolgens op Opslaan of Toepassen

Zorg ervoor de firmware van de router up-to-date te houden

Verouderde router-firmware kan problemen met connectiviteit en communicatie via het netwerk met de printer veroorzaken. Als uw router werd geleverd door uw Internet Service Provider (ISP), rechtstreeks contact met hen opnemen voor informatie over updates. Controleer de website van de router-fabrikant voor informatie over beschikbare updates voor uw router. Als de website van de router-fabrikant geen informatie heeft over firmware-updates, moet u mogelijk rechtstreeks contact met hen opnemen.

Controleer of uw router Bonjour (alleen Apple-apparaten) ondersteunt

Wanneer u de printer op uw draadloze netwerk netwerk aansluit, 'herkent’ het Apple-apparaat de printer op het netwerk. Apple-apparaten (Mac, iPad, iPhone, en iPod touch) gebruiken Bonjour (ook mDNS genoemd) om de printer te detecteren bij het installeren op het netwerk en bij het afdrukken of scannen. Windows-pc's hebben Bonjour niet nodig.

Als uw router momenteel Bonjour niet ondersteunt, de website van de fabrikant van de router raadplegen voor mogelijke firmware-updates die Bonjour-functionaliteit kunnen inschakelen. Als uw Internet Service Provider (ISP) de router leverde, contact met hen opnemen over de mogelijkheden uw router bij te werken of te vervangen met een router die Bonjour ondersteunt.

Opmerking: Als uw netwerk gebruik maakt van een of meer range extenders om het bereik van het draadloze signaal te vergroten, is het mogelijk dat deze apparaten Apple AirPrint niet ondersteunen. Zorg ervoor dat bij gebruik van AirPrint het Apple-apparaat en de HP-printer beide zijn aangesloten op de hoofd-router, niet op een range extender.

Als uw router Bonjour ondersteunt, is het mogelijk dat de functie is uitgeschakeld in de router-instellingen. Volg deze stappen om Bonjour op uw router in te schakelen.

  1. Zorg ervoor dat uw computer is aangesloten op het draadloze netwerk en open een web browser zoals Internet Explorer.
  2. Zoek naar het IP-adres van de router. Voorbeelden van router IP-adressen zijn 192.168.0.1 of 192.168.1.1. Echter, uw router kan een ander IP-adres hebben. Als u niet weet wat het IP-adres van de router is, raadpleeg de handleiding van de router of neem contact op met de fabrikant.
  3. Het IP-adres van de router in de adresbalk van de browser invoeren en op Enter drukken. De pagina met router-instellingen/configuratie wordt geopend.
  4. De Gebruikersnaam en het Wachtwoord invoeren.

    Opmerking: Veel routers gebruiken admin als de standaard gebruikersnaam en wachtwoord. Als admin dit niet werkt, de router-handleiding raadplegen of contact opnemen met de fabrikant.

  5. Navigeer naar de Draadloze instellingen van de router.
  6. Zoek naar een instelling die Bonjour (soms ook mDNS genoemd) kan in- of uitschakelen. Zorg ervoor dat deze is ingeschakeld.
  7. Zoek naar een instelling die multicasting in- of uitschakelt. Zorg ervoor dat deze is ingeschakeld.
  8. Klik op Opslaan of Toepassen om de nieuwe instelling(en) van de router op te slaan.